Groenten bloemen en geschiedenis in en rond Staden

Gepost door: Kastaar |WSV De Colliemolen Oostnieuwkerke-Staden

Staden 26-07-2015

Op een ogenschijnlijk zomerse morgen gaan we van start in Staden. Colliemolen organiseert er zijn 30ste bebloemingstocht, we zijn benieuwd. In de vroege morgen is het prachtig aangenaam wandelweer, het zonnetje schijnt volop, windstil en om en bij de 20°, en meer moet dat niet zijn voor aangenaam wandelweer. Maar rond de middag wordt het bewolkt de zon verdwijnt, en in de namiddag dan wat regen. Een typisch Belgische zomer, ja het kan verkeren zei Bredero, maar de grote massa was al van start en bleef de inpakt op het deelnemersveld beperkt, om en bij de 2000 wandelaars stonden reeds genoteerd. Nu dat zijn openlucht organisaties en daar is het weer een bijzonder onderdeel voor het al dan niet slagen. Nu we waren er vroeg bij en hadden goed weer, en kozen voor het 10 km parkoers.

Staden heeft een leerrijke geschiedenis, vroeger was het een zeer rijk bosgebied rond de St. Jansput gelegen (gelegen achter het kerkhof) ontstond de eerste nederzetting. Later kwam er een echte parochiekerk gewijd aan St. Jan de Doper. De schrijfwijze en de naam varieerden van Staten (1115), Stahten (1127) Stade (1149) en Staden (1185). Staden betekent wellicht nederzetting of woonplaats. In 1832 kwamen zich in Staden de eerste zusters Maricolen vestigen, en namen het bestuur van een vrije school op zich namen. In wereldoorlog 1 werd het klooster vernield en vluchten alle zusters naar Frankrijk. Eerst in 1921 begon men met de heropbouw van het huidige klooster. Terwijl wij langs de lange haag van het kerkhof doorstappen richting St. Jansputje genieten we van enkele mooie dorpszichten. We zijn nog niet zo ver als we merken dat wij in een grote groentetuin terechtkomen. Een groot veld frisse sterke bloemkolen. Tussen de maïsvelden op de wei, wat grazende schaapjes. Wat verder een enorm groot pretpak, oh pardon een preiveld, geflankeerd door een grootse partij serres. Wat verder een ook een groot bonenveld, hier zijn de landbouwers duidelijk gebaseerd op het telen van groenten.

Intussen zwenken we af terug richting centrum, en hier begint een zeer aantrekkelijke bloemenpracht keurig gepland in de vele zeer verzorgde en mooie voortuintjes, een prachtig bloemepalet maar ook prachtige bomen en struiken. We vinden er zelfs ene met niet alledaagse vruchten, maar we moeten helaas de naam schuldig blijven. Tussen de huizen ook heel wat groene verbindingsweggetjes, machtig mooi. We komen in een groene laan die ons naar het vroegere station leidt. De spoorlijn Torhout – Ieper maakte deel uit van de verbinding Oostende – Armentières. De bijhorende telefooncentrale werd volledig verwoest bij de inname van Staden. Later herstelde de Duitse bezetter die wellicht voor eigen gebruik. In de oorlog was het station belangrijk voor de aanvoer van soldaten en materiaal. Het station was na de oorlog beschadigd maar niet vernield. Begin de jaren 20 werd het gebouw afgebroken en heropgebouwd. Nadat de laatste passagierstrein in 1955 op lijn 63 reed, verdween ook het grootste deel van het stationsgebouw. We krijgen nog een stukje wijkbos te bewandelen. Een mooie stille oase, waar planten groeien uit onze eigen omgeving. Waarom?, de hedendaagse mens gaat veel dingen voorbij. Anderzijds heeft de natuur een heilzame uitwerking op mensen. In 1998 was het nog een ruige vlakte waar slechts één groot soort gras groeide. Sindsdien is er veel veranderd. Leerkrachten, het Vlaams Gewest, en de gemeente hebben voor een unieke samenwerking gezorgd. Op 11 november 1999 hebben de leerlingen van de Stadense basisscholen de aanplantingen gedaan, het werd een geslaagd en gerespecteerd project. In een plaatselijke school genieten wij van een comfortabele rustpost. Na de rustpost passeren we het gesticht. In 1915 richtte de bezetter het ouderlingen-wezengesticht op langs de Ieperstraat in als Lazaret voor Duitse soldaten. Vandaar de Rode Kruisvlag op het dak als bescherming tegen een luchtaanval. Wie daar stierf werd begraven op de hoek van de Rijsselveldstraat en de Ieperstraat. De begraafplaats verdween in 1955 toen de graven van de Duitse militairen naar de begraafplaats in Langemark werden overgebracht. Nadien komen we nog door een groot stuk landbouwcultuur, dat ons heel wat moois heeft gebracht.

Parkoermeester, je hebt met dit vernieuwd parkoers, een heel mooi stukje van je streek geopenbaard, daarom van harte proficiat en van harte dank voor je gewaardeerde inzet. Anderzijds dezelfde eerbetuigingen voor de organisatie en de medewerkers. Wij komen zeker terug, niet alleen voor de stempel in verband met de spaghetti en de kalkoenbillen, maar ook omdat we er zeer graag wandelen, achteraf een goed pintje kunnen drinken aan zeer democratische prijzen. Maar vooral omdat hier graag wandelen, gasten hou jullie goed het allerbeste en tot een volgende wandelgelegenheid.