Heerlijke plattelandsbelevenis rond Maldegem

Gepost door: Kastaar |Wandelclub Maldegem

Maldegem 29/09/2013 

Wij zijn er te gast bij wandelclub Maldegem voor hun Barbaratocht. Het is een aangenaam herfstweertje als wij ons aanmelden in het dienstencentrum Oud Jozef, Mevrouw Courtmanslaan. Voor de moderne gebouwen ontwaren wij het stadbeeld van deze edele dame, die gezeten op haar stoel met stoere blik als het ware de toekomst inkijkt. Wij schrijven ons in, in een knus zaaltje in één van de nieuwere gebouwen. En zullen het 14 km parkoers bewandelen. 

Met een zicht op het oude klooster stappen wij achter het oud hospitaal dat heel wat woelige tijden heeft gekend, en zelfs de naam gestolen goed kreeg. Op de hoek van de straat bemerken wij het borstbeeld van Joseph-Ollivier Andries (1796-1886) pastoor van Middelburg. Lid van het eerste nationaal congres van volksvertegenwoordigers. Hij herwon het Maldegems hospitaal, laat ons eventjes terugblikken op deze rumoerige geschiedenis. In de jaren 1200 had Maldegem al zonen van stand. De edele Arnold kanunnik in het verre Doornik en geboren uit een geslacht dat opklimt tot de kruisvaarders. De Van Maldegems zoals elke middeleeuwer zijn ze godvrezend. Ze leven in het licht van de dood in het besef dat de aarde enkel een wachtkamer is. En wachten is vooruitzien. Arnold van Maldegem begint zijn testament als volgt. In naam van de heilige Drievuldigheid wenst hij dat het hospitaal voor de arme maldegemnaren bij de Ede gebouwd, tot in der eeuwigheid blijft bestaan en op zijn kostenonderhoudend wordt. De Brugse broeders van St.-Jan moeten daarvoor zorgen. Op zijn kosten helaas, maar mensen hebben een kort geheugen. Een perkament of papier is vergankelijk, Arnolds wens raakt verloren. Het hospitaal vervalt en wordt een boerderij en wordt afgebroken. Wanneer de jaren 1800 komen rest de Maldegemse zieken enkel nog een kriepend karretje dat hen tijdens een pijnlijke urenlange rit naar St.-Jan in Brugge brengt. Kanunnik Andries kan het niet meer aanzien. Hij daagt St.-Jan voor de rechter en gooit zo de oude overeenkomst met Arnold in het gezicht. Zijn durf loont, Brugge betaalt Maldegem 415000 frank schadevergoeding voor een eeuwenoude verzuimde ziekenzorg. Maldegem juicht, nieuwe hospitalen verrijzen in dorp en omstreken, het gestolene goed is terug. Deze uitleg vindt je terug op een gevelplaat opgemaakt door Guido van Heulendonk. Wij zetten onze tocht verder door een labyrint van straten aan de rand van Maldegem. Het straatbeeld wordt nu opener en wij zijn naar het open landschap toe. Een oud hoeve, de koeien op de weide, veel knotwilgen als eigendomsgrenzen bepalen dit rustige landschap, het is er echt genieten. Wij zijn eventjes een klein industrie gebiedje doorgestapt. Wij passeren het vleesbedrijf Hoste, waar zij beenhespen prepareren, goesting naar een schelle hespe ja dat wel, maar het bedrijf is ferm gesloten. Eerst nog door een bosje om wat later op de plattelandsroute De Vossenholse Meersen en Burkel te bewandelen. De meersen liggen rond de Ede, een klein stroompje dat dwars door Maldegem stroomt en zorgt voor de afwatering van het gebied. Dit meersengebied bestaat vooral uit weide en hooilanden, die ‘s winters onder water staan. Bij de aanleg van de fluxus-leiding ontdekten archeologen sporen van bewoning uit de bronstijd (ca 1400 voor Christus). Landbouw en natuur gaan hier hand in hand. Even verder op in een totaal ander landschap namelijk De Burkel. De naam Burkel is van Germaanse oorsprong en betekent Berkenbos. Deze naam verwijst naar het oorspronkelijke landschap van het Maldegemveld dat volstond met berken en eerder leek op een heidelandschap vanwege de schrale grond met hier en daar een drassige poel. Begin 13de eeuw komt een deel in handen van de abdij ter doest in Lissewege. Het andere deel wordt toevertrouwd aan St.-Baafs van Gent. Beide abdijen ontgonnen die gebieden tot akkerland en stichten daartoe een ontginningshoeve, het groot Burkelhof (ter doest ) en de palinghoeve (nu cleythilhotel St.-Baafs). De gronden waren weinig vruchtbaar en algauw begraasd door vee. De dreven die nu het landschap tekenen zijn pas in de 18de eeuw aangelegd omdat houtproductie toen heel belangrijk was. Het is niet dat wij echte geschiedenisfreaks zijn, maar een woordje uitleg is graag meegenomen. Het was even zeer genietbaar stukje parkoers. En zo komen wij wat later dan toch nog in bewoond gebied, namelijk Kleit. Dit dorpje is bekend als bedevaartsoord. De naam kleit getuigt van de aanwezigheid van een dikke klijtlaag op geringe diepte onder een deel van het dorpje. Zijn prachtige omliggende landschappen gaven de bekendheid maar ook het bedevaartsoord werkte de belangstelling in de hand. De grot is ontstaan na de tweede wereldoorlog omdat pastoor E.H. J. Brewée op het idee kwam een vredesgrot te bouwen met de betonnen brokstukken van de afbraak van het voormalige oorlogsveld. In cultuurcentrum St.-Vincentiuskring genieten wij van onze eerste rustpost na 7 km. Na de rust zijn wij terug het platteland in. Terug mooie dreven en aantrekkelijke zichten genieten wij van onze prachtige wandelherfstdag. Naar het einde toe gaan wij door een groot industrieterrein. En wat ontdekken wij daar, jawel het dienstgebouw van Aktivia. Komen ook nog langs een oude historische spoorlijn waar oude stoomlocomotieven nog eens langs puffen. Maar in het plaatselijke stationnetje kan je heerlijke treinmomenten beleven. En zo komen wij stilaan in de omgeving van de St.-Barbaratoren naar het eindpunt van onze wandeling. 

Eerlijk gezegd wij houden van rust en natuur maar ook eenvoud, maar als je dan rustig door zo een eenvoudig gebied stapt, begrijpt je waarom dergelijk gebied kan schitteren door zijn eenvoudige simpelheid dan geeft dat echt een heerlijk ontspannen rustgevoel een aparte betekenis.

Wel parkoermeester je hebt ons iets moois bedacht van harte proficiat en van harte dank voor de inzet. Ook de organisatie was zeer verzorgd, maar ook alle medewerkers deden hun uiterste best, daarom dezelfde eerbetuigingen. Jullie waren een fijne gastploeg, hou jullie goed en tot een volgende wandelgelegenheid.