Spetterende clubdag in Noord-Frankrijk

Gepost door: Kastaar & Wim |Vier op een rij Zedelgem

VOORMIDDAG

Ja, zonder twijfel heeft ‘4 op1rij’ enkele bindingen met Noord-Frankrijk want voor de derde maal zijn wij in deze regio actief. Wandelingen in het park naturel Scarpe-Escaut, een bezoek aan Douai en de mijnsite in Lewarde staan op het programma van deze heerlijke clubuitstap.

Terwijl een deel van de leden de oud-Vlaamse stad Douai bezoeken vertrekt de grote groep wandelaars even buiten Marchiennes om er een pracht van een natuurwandeling te maken. Daar wij gewaarschuwd waren dat wij in een moerasgebied zouden wandelen smeerden wij ons in met een middel tegen insectenbeten. Maar de beesjes gaven niet thuis ofwel was het die indrukwekkende reukgolf van insecticide die hen afschrikte want wij waren toch met een grote groep hé.

Goed, wij zijn vertrokken en gaan wandelen op het “circuit de le Chapelle du Marais”, het is ontzettend mooi weer en het word om en bij de 30°. Wij genieten eerst van het bekoorlijke landschap alvorens te verdwijnen in een labyrinth van heerlijk rustige smalle paadjes, en na afloop hadden wij nog nooit met zoveel op één rij gewandeld. Het is een heerlijk schaduwspel, die natuurvolle paadjes, door het bladerendek wat ragfijne gouden stralen, wat bloemetjes en hier en daar een bruggetje, bij wijlen word je er echt romantisch van. Zonder het te beseffen zijn wij aan het klimmen naar de ‘terril des Argales’. Eens boven krijgen wij in de open plek een fantastisch zicht op het grote meer. Wij gaan er een lus rondmaken en er ons van bewust maken dat je met enkele ingrepen van een ruwe hoop afval een prachtig natuur en recreatie park ervan kunt maken. Je vind er watersport, moutainbike circuits en de meest fantastische wandelpaden.

Het is fenomenaal en ook heel wat watervogels zijn op het water aanwezig. Er is zelfs een pic-nic plaats voorzien en daar maken wij eventjes gebruik van. Aan de rand van de vijver op de overkant zien wij ook enkele terrils boven het beboste gebied uitsteken.

Wat later vervolgen wij onze weg, hetzelfde afwisselende traject van smalle wegeltjes tussenin aan de einder een spits kerktorentje en een spierwitte watermolen, het ene panorama na het andere is een lust voor het oog. Zo naderen wij het dorpje Vred maar eerst stappen we even langs de Scarpe om vervolgens dwars door de ‘Tourbière’, een water-en vogelrijke zone, het rustige dorpje binnen te wandelen en hier ons middagmaal te gebruiken op een wel ongewone manier. In het dorpje is nu wel maar één café, en juist op deze dag is het jaarfeest van de plaatselijke duivenclub, logisch dat zij de voorkeur geven aan hun plaatselijke klanten.

Nu een picknick was ook niet mis, dus hadden wij enkele tafels en wat stoelen in de bagageruimte van de autobus gestopt om deze aan het voetbalveld op te zetten, een uitzonderlijk voorval die nog niet zo verkeerd was. Het was een  liefogend dorpje aan de oevers van de Scarpe, een bijriviertje van de Schelde, met fraaie oeverbeelden en zo zat het eerste gedeelte van 12,8 km erop.

Zij die verder willen wandelen krijgen nog een stuk van 13 km af te stappen, een parkoers ietsje zwaarder en met 3 Cols, o pardon terrils te beklimmen. Achteraf zijn wij even gaan luisteren naar het verloop en iedereen was laaiend enthousiast.

 

NAMIDDAG

 

Na onze middagpauze stappen we door het rustige dorpje Vred, we passeren de kerk en ter hoogte van het kerkhof bereiken we onze eerste zandwegel van de namiddag. Deze voert ons door een open en vlak landschap totdat plots uit het niets de tweede bult van de dag opduikt : terril de Germignies-nord. Langs een mooi en smal kronkelend trappenpad beklimmen we deze berg van steenkoolafval om boven even uit te blazen vooraleer we het aangeplante berkenbos zullen doorkruisen. Hier in het groen hebben we totaal niet het gevoel dat we boven op een afgevlakte steenkoolterril aan het wandelen, dat verandert op het moment dat we de rand van de berg bereiken en getrakteerd worden op een mooi uitzicht. Pal onder ons zien we een open gebied dat bestaat uit een vijver, enkele weilanden en een paar smalle stroompje met daarachter een bomenrij die aanduidt dat de Scarpe daar vloeit. Onze groep geniet eventjes van dit uitzicht vooraleer we afdalen naar de Scarpe toe, we blijven deze visrijke rivier volgen totdat we een charmant groen ophaalbrugje in het vizier krijgen. Eventjes verder komen we aan een waterplas alwaar we eventjes verpozen.  De jongeren van de plaatselijke kano-vereniging maken duchtig gebruik van de schitterende vijver, wij worden eveneens uitgenodigd om gratis van de kano’s gebruik te maken maar niemand ziet een verfrissend vaaravontuur zitten.

Na een korte verpozing stappen we langs de waterplas verder totdat we de ingang bereiken van onze laatste terril, die van Germignies-sud. Verbazing alom als we opmerken dat er een controlepost staat van de plaatselijke wandelclub die net vandaag een wandeltocht organiseert. We worden allen gertrakteerd op een verfrissing die zeer welkom is in deze warme omstandigheden vooraleer we onder begeleiding van een lokale gids deze terril verder verkennen. Smalle schaduwrijke wegeltjes kronkelen gezellig door een prachtige omgeving die bestaat uit grote en kleine waterplassen. Aan de rand van de terril nemen we afscheid van onze gids en via een steile afdaling staan we plots weer op het jaagpad langs de Scarpe.

We blijven nu ongeveer 1km de rivier volgen vooraleer we afdraaien naar het marktplein van Pecquencourt dat we na exact 25,6 prachtkilometers bereiken. We hebben nog net even tijd om op een schaduwrijke terras te genieten van een Pelfort brune, een Frans biertje dat nauwelijks onze keel raakt.

 

 

Zij die niet meer wandelen worden naar de mijnsite van Lewarde gebracht voor een boeiend

historisch mijnbezoek en zo een beeld te krijgen van het zeer harde mijnwerkersleven.

Wij gaan afdalen tot op 480 meter diepte en krijgen een Nederlandstalige begeleiding.

Op het middenplein krijgen wij enkele locomotieven te zien die destijds werden gebruikt en we werpen een blik op de indrukwekkende torens die dienden om alles in en uit de mijn te halen of binnen te brengen; een fascinerend beeld.

Een paar trappen hoger brengen ons naar de losvloer. De wagons bevatten niet alleen steenkool maar tussen dit alles ook stenen en afval, en dit moet eruit. Het sorteren werd gedaan door jongens en meisjes met de blote hand en werden ‘cafeurs genoemd’, dit verwees naar het kapje dat zij droegen om hun haar te beschermen tegen het stof want na het werk konden zij niet in bad; gewoonweg omdat er geen waren. Zij werden betaald volgens het aantal manden stenen die zij gevuld hadden. Het was er in de zomer snikheet en in de winter barkoud want verwarming was er niet. De opzichters die de manden telden en het werk controleerden waren mensen die niet meer ondergronds konden werken. Het afdalen gebeurde eerst met een soort platform met een stalen baar als houvast, later dan werden het stalen kooien en er zat zelfs een veiligheid op tegen het breken van de kabel. Aan de buitenkant waren twee rembalken die naar binnen gehouden werden door het gewicht van de kooi, brak de kabel dan kwamen die kanten naar buiten en de lift bleef hangen. Om een doorgang te maken van 5 meter gebruikte men een boorhamer en springstoffen. Door ingenieurs worden de lagen onderzocht waar zich de interessantste lagen bevonden.

In het begin van de 20ste eeuw werd het gebruik van perslucht voor het eerst ondergronds uitgevoerd. Tegen de jaren 50 was dat de enige energiebron, en diende voor de verlichting, de werking van de gereedschappen.

Vaak moeten de mijnwerkers werken in zeer ongemakkelijke houding omdat de steenkoollagen dun zijn en schuins liggen. Verder kregen wij even te horen aan welk vreselijk geluid zij blootgesteld waren, kotweg afschuwelijk. De volle wagens werden door leerlingen mijnwerkers en vrouwen ter plaatse geduwd, doch in 1892 wordt dit verboden en vrouwen mogen niet meer ondergronds werken. De jongeren en vrouwen worden dan vervangen door paarden. De paarden krijgen een dubbele trekgordel en een lederen hoofddeksel ter bescherming tegen stoten op het hoofd. Zij dienen een tiental wagens te trekken met een totaal gewicht van 7 ton ongeveer. Elk dier krijgt een naam en een nummer, na de dagtaak blijven zij ondergronds en beschikken over een heuse paardenstal, zij worden enkel bovengebracht bij wettelijke vakantiedagen of stakingen en worden tot in 1967 gebruikt.

Voor het stutten werd dennenhout gebruikt, en dit is niet zomaar gekozen. Dennenhout is buigzaam en kraakt als er ondergrondse verschuivingen zijn, dat was dan ook een signaal om de plaats te verlaten want er kon een instorting gebeuren.

De werkomstandigheden verbeteren en men maakt gebruik van watergordijnen om het stof af te voeren, maar veel mensen sterven nog aan de stoflong een ongeneeslijke ziekte. In 1945 wordt de ziekte erkend als beroepsziekte

In 1946 draagt de mijnwerker al een overal, een helm met led licht, schoenen en ook handschoenen. Met deze rondgang van 4500 meter lang op een diepte van 480 meter kregen wij een overzicht van de bijna onmogelijke zware werkomstandigheden van de mijnwerker.

Groot is onze verrassing als wij aan de uitgang komen want zonder de lift te gebruiken stonden wij helemaal boven. Onze juf liet ons met de glimlach buiten, de grootste diepte die wij waren geweest was kelder; maar de constructie die wij gezien hadden was enig mooi nagewerkt.

Nadat we de wandelaars hadden opgepikt in Pecquencourt vervolgens we onze weg naar Vlaanderen.

In zaal Jonckhove in Aartrijke wacht ons nog een heerlijk smakende barbecue en goed van vlees en groenten voorzien. Maar die was vooraf gegaan door een heerlijke frisse Picon, ja dat was in orde meer moet dat niet zijn.

Het was een zeer geslaagde clubdag, van harte proficiat en van harte dank aan Wim en Cindy voor hun gewaardeerde inzet.

Wij hebben er heerlijk genoten van deze fantastische clubdag, en vragen ons af wanneer is de volgende. Achteraf is er nog gezellig wat nagepraat over de belevenissen, gasten hou jullie goed het allerbeste en tot een volgende gelegenheid?